Het doel van kolonisatie is macht en gewin. Het doel van het zionisme was en is vrede en veiligheid.
Pro-Palestijnse activisten noemen de staat Israël een koloniale bezetter. Omdat een deel van de joods-Israëlische inwoners afkomstig is uit Europa, voegen ze daar aan toe dat deze kolonisatie een westerse oorsprong heeft. Het is een aansprekend ‘frame’ in deze tijd. Een tijd waarin de koloniale periode vanonder het vloerkleed waar het was geschoven wordt weggehaald. De linkse activisten, van nature in het bezit van een revolutionaire inborst, nemen de aanduiding westerse koloniale bezetter met betrekking tot Israël dan ook gretig en als vanzelfsprekend over.
Het erkennen van de wandaden tijdens de koloniale periode en de gevolgen daarvan is volkomen terecht. Maar Israël een westerse koloniale bezetter noemen is helaas weer een nieuwe wandaad.
De jood is geen vreemde in het land
Het is historisch onomstreden dat het joodse volk haar oorsprong vindt in het gebied ten oosten van de Middellandse Zee. Het bezat er een koninkrijk, Juda, waar het zijn naam aan ontleent. De Romeinen verdreven de joden, en om elke herinnering aan het volk uit te wissen noemden ze hun Provincia Judea vanaf dat moment Provincia (Syria) Palaestina.
De jood verlangde naar het land
De meeste joden verspreidden zich over de wereld, maar het volk vergat zijn thuisland nooit. Elk jaar opnieuw, tijdens het Pesach-feest, sprak men de slotzin “Lešana haba’ah bi-Yerushalayim” uit; “Volgend jaar in Jeruzalem”. Het was een verlangen dat bij velen versterkt werd door de discriminatie, onderdrukking en vervolging die ze moesten ondergaan, en het kreeg een naam: zionisme, verwijzend naar de heuvel Zion bij Jeruzalem.
Misverstanden over Palestina en de Palestijn
Tussen 1882 en1904 vond de eerste grote immigratiegolf van joden naar Palestina plaats. Maar let op: Palestina was geen natiestaat, geen ‘land’, maar een streek binnen het Ottomaanse Rijk. Het had zijn belangrijkheid in het verleden verloren, was dunbevolkt en verwaarloosd. Er woonde een meerderheid van Arabisch-sprekende stammen, maar ook christenen, Druzen en, vooral in Jeruzalem, joden. Men woonde in Palestina, maar niemand noemde zich Palestijn. Pas in de jaren 1970 gingen de Arabisch-sprekenden dat doen, daarmee mede suggererend dat zij de exclusieve inheemse bewoners van het ‘land’ Palestina waren. Echter, ook hun voorouders kwamen in veel gevallen pas in de 19e en 20e eeuw naar Palestina.
Er kwamen volgende joodse immigratiegolven na de Oost-Europese pogroms en de holocaust. Het Ottomaanse Rijk was gevallen en de streek heette nu het Britse Mandaatgebied Palestina.
De jood ontgon in plaats van begon
Het gewapende conflict dat na de Eerste Wereldoorlog begon werd niet veroorzaakt door de gewelddadige diefstal van land door de joodse immigranten. De ‘nieuwe’ joden verdreven geen mensen, maar ontgonnen voornamelijk moeras- en woestijngronden en stichtten er hun vaak op socialistische leest geschoeide dorpsgemeenschappen. Het waren de Arabisch-sprekenden die de wapens opnamen, onder valse voorwendselen opgeruid door islamitische geestelijken en Arabische leiders. De onbuigzame Arabisch-islamitische afwijzing van een kleine joodse staat in de door hen overheerste regio was de bron van en is de brandstof voor het huidige conflict. Zij kozen voor oorlog en verloren. En toen de staat Israël eenmaal bestond wezen zij een eigen staat af en kozen voor nieuwe oorlogen en terreur. Weer verloren ze. Ze betraden het toneel van de internationale diplomatie, kregen op grote schaal steun, maar bleven in de coulissen haat en terreur verspreiden. En anno 2026 zitten ze letterlijk tussen de brokstukken die daarvan het resultaat zijn.
Gewin is het voornaamste doel van kolonisatie. Het wordt gekenmerkt door overheersing, uitbuiting en ongelijkheid. Ook daarvan wordt Israël zonder schaamte beschuldigd.
Betekent gelijkheid jodenvrij ?
Laten we slechts één aspect vermelden dat aantoont hoe onterecht deze beschuldigingen zijn.
In de gebieden die in 1947 door de Volkenbond aan de Arabisch-sprekenden zijn toegewezen, en die zij destijds niet accepteerden, accepteert men geen joodse inwoners. In Gaza woont sinds 2005 geen enkele jood meer. De andere gebieden, Judea en Samaria, werden in 1948 door de Jordaniërs bezet, die ze samen de Westelijke Jordaanoever noemden. De joodse inwoners daar worden ‘kolonisten’ genoemd en moeten er volgens de ‘Palestijnen’ en de internationale gemeenschap allemaal weg. Gaza is jodenvrij en de ‘Westbank’ moet dat worden.
Aan de andere kant is dat heel anders. Daar mochten in 1948 wel Arabisch-sprekenden binnen de grenzen van Israël blijven wonen. Die bevolkingsgroep is intussen gegroeid tot ruim twee miljoen mensen en die hoeven van de joden niet weg. Integendeel, zij hebben gelijke rechten, studeren en werken en hebben eigen politieke partijen in het Israëlische parlement. Wie in Israël verblijft ziet gesluierde Arabische vrouwen, spierwitte orthodoxe joden van Russische komaf, joodse militairen met een Oost-Afrikaans uiterlijk en donker ogende jongens en meisjes uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika.
In de landen waar hun voorouders woonden zijn deze joden al lang niet meer veilig, maar gelukkig is er dat kleine Israël. Een joods landje van ‘postzegelformaat’, op sommige plaatsen slechts enkele tientallen kilometers breed en ingeklemd tussen de Middellandse Zee en onafzienbaar Arabisch-islamitisch grondgebied. Daar leeft de joodse bevolking samen met een Arabische die wel in andere Arabische landen mogen wonen, maar dat voor geen goud willen.
Als er iets is wat Israël niet is, dan is het een koloniale bezetter. Het is een staat die bestaat uit mensen met verschillende achtergronden en vluchtelingen. Het enige wat het westers maakt, is dat het een democratische, welvarende rechtsstaat is.